Resultaat 1–15 van de 21 resultaten wordt getoond

BESCHERMING EN ONDERHOUD

Reiniging en bescherming van gevels gebeurt over het algemeen omwille van de levensduurverlenging van het bouwwerk en om esthetische redenen. Nieuwe gevels worden gereinigd voordat het gebouw wordt opgeleverd. Oudere gevels omdat vervuiling, zoutuitbloeiingen, alg- en mosgroei en dergelijke tot schade hebben geleid of gaan leiden. Uit een onderzoek van Prof. Ir. P.C. Krijger is gebleken dat van bekende bouwschadegevallen 40% vocht als oorzaak heeft. Het tegengaan van vocht in de gevelconstructie, bijvoorbeeld door hydrofobering, behoort tot 1 van de belangrijkste beschermingsmethoden.

Een droge muur heeft veel voordelen, neem vochtbronnen weg zoals lekkende goten, open voegen, waterslagen en poreus bouwmateriaal (na reinigen).

Vocht speelt een zeer belangrijke rol, zowel bij de schades als bij de vervuiling. Bij het onderhoud van een gevel is het dan ook van zeer groot belang het gevelmateriaal zo droog mogelijk te houden. Niet al het vocht zal kunnen worden geweerd uit de gevel, maar er zijn vele mogelijkheden om de totale hoeveelheid vocht terug te brengen tot een acceptabel niveau. Bouwkundige gebreken, zoals lekkages, scheuren e.d. worden hier buiten beschouwing gelaten. Dat is alleen door bouwkundige wijzigingen/aanpassingen te herstellen.

HYDROFOBEREN

Voor het hydrofoberen van gevels kennen we de volgende methoden:

  • vloeimethode, watergedragen
  • vloeimethode, oplosmiddelhoudend
  • kwast/roller applicatie, crème

Hydrofoberen van de schone ondergrond zorgt dat regenwater afparelt en vuil grotendeels wordt meegenomen. Dit geldt niet alleen voor gevels maar evenzeer voor constructies in de weg-, water-, spoorwegbouw en industrie. Dit alles moet op een voor de mens en milieu, veilige manier worden uitgevoerd.

Vocht, afkomstig van regen, kan worden vermeden of sterk worden gereduceerd door de gevel te hydrofoberen. Dat wil zeggen het materiaal zodanig te behandelen dat het geen enkele affiniteit met water vertoont. De reden dat bepaalde stoffen wel of geen water aantrekken ligt aan de molecuulopbouw van zowel het water als van de desbetreffende stof. Het watermolecuul heeft een positieve en negatieve molecuulzijde (dipool). Alle ondergronden die dit eveneens zo hebben trekken water aan. Alle stoffen met polaire-moleculen zijn hydrofiel. Hiertoe behoren de silicaten, carbonaten en andere zouten, zuren, logen etc.

De materialen die geen water aantrekken, maar juist afstoten, heten hydrofoob. Typische hydrofobe materialen zijn alle metalen, olie, paraffine en polymeren, zoals polyethyleen en polypropyleen.

Het zoeken naar stoffen die een minerale ondergrond tegen indringen van water kunnen beschermen, leidde tot de ontwikkeling van siliciumorganische verbindingen. Deze producten zijn opgebouwd uit tweeslachtige moleculen met een hydrofoob en een hydrofiel molecuuldeel. Al naar gelang de toestand van het te behandelen materiaal en het na te streven doel kan men hydrofobe en hydrofiele (reactie)-groepen in een enkele molecuul, zoals bij silanen of een collectief zoals bij de oligomere- of polymere-siloxanen, inbrengen.

Door hun lage viscositeit en hoge benattende werking hebben hydrofoberingsproducten de neiging om bij zeer lagedruk te verstuiven. Om dat te vermijden moeten ze vloeiend worden aangebracht en over het te behandelen oppervlak aflopen om als vloeistoffilm enige tijd met het poreuze oppervlak in contact staan. Dan wordt door de capillaire krachten van de ondergrond het hydrofoberingsproduct in het bouwmateriaal gezogen. De hoeveelheid materiaal die daarbij wordt opgenomen hangt af van het poriënvolume, de verdeling hiervan en van de contacttijd. Hier geldt dat tweemaal kort beter is dan eenmaal lang! Applicatie toepassing: nat in nat methode.

Hydrofobeermiddelen zijn er in twee soorten: oplosmiddelhoudend en watergedragen. Na toepassing ontstaat een afpareleffect en bescherming tegen UV licht (duurzaamheid).

De huidige generatie hydrofobeermiddelen op basis van silanen en siloxanen, zowel oplosmiddelhoudend als watergedragen voldoen uitstekend aan de gestelde eisen. Ze vormen tezamen met steen/voegverstevigingsmiddelen een duurzame curatieve en preventieve oplossing tegen onder andere het zure regen probleem.

KWALITEITSEISEN

De kwaliteit van de hydrofobering wordt bepaald door eigenschappen als indringdiepte, de mate van de reductie van de wateropname, de invloed op de waterdampdoorlaatbaarheid van de constructie en in mindere mate het afpareleffect.

Aan hydrofoberingsproducten worden de volgende kwaliteitseisen gesteld:

  • de wateropname reductie van het bouwmateriaal moet minimaal 70% van de oorspronkelijke hoeveelheid opgenomen water (blijven) bedragen
  • de indringdiepte moet bedragen:
  1. voor voegwerk, vormbaksteen etc. 5-8 mm
  2. voor strengperssteen/verblendsteen 3-5 mm
  3. voor kalkzandsteen 2-5 mm
  4. voor beton, cement- en kalkpleisters minimaal 2 mm
  • de waterdampdoorlaatbaarheid van de ondergrond moet voor minimaal 70% gehandhaafd blijven